Soms verschijnt er in eigen beheer een boek dat de moeite waard is. Ik ontving al geruime tijd geleden het boek Leni’s Kruidenboek van de Vlaamse auteur Martine van Huffel. Eigenlijk is dit een omkeerboek. Want aan de andere zijde heet het boek plots: Leni’s Doe-Boek. In beide gevallen luidt de ondertitel De wondere wereld der planten. En daarmee is voldoende gezegd. Want deze wereld is inderdaad heel wonderlijk.

Ik begin met Leni’s Doe-Boek, omdat ik dit deel als eerste opensloeg. Dit is een praktisch deel waarin de auteur je uitlegt hoe je een eigen kruidentuin kunt creëren. Moeilijk is dat niet. Trek een grote cirkel, verdeel die in acht vlakken en plant in elk vlak een kruidensoort. Ze geeft aan welke kruiden heel geschikt zijn om een zonrijke tuin aan te planten. Munt en citroenmelisse zijn er twee van. Niet gek dus dat je in de receptenrubriek een recept voor limonade aantreft. In korte en toegankelijke hoofdstukken neemt Martine van Huffel je mee in de wondere wereld van de kruidentuin. Welke planten kies je, hoe onderhoud je de kruidentuin en wat kun je met je kruiden aanvangen? Van teunisbloem bijvoorbeeld, kun je zeep maken. Dat vind ik wel een spannend recept, eerlijk gezegd. En van madeliefjes kun je een zalf maken. Ik zou madeliefjes overigens niet in de cirkel planten, maar gewoon uit je gazon halen.

Dit deel bevat bovendien een paar uitgebreide hoofdstukken over bijzondere weetjes met betrekking tot kruiden. Dat de indianen de beren observeerden en hun plantenkeuze imiteerden. Zo kwam het beergras aan zijn naam. En dat bijen met heel andere ogen naar bloemen kijken dan wij.

Het andere deel, Leni’s kruidenboek, is een stuk dromeriger van aard. De illustraties van elfjes, vogels en planten zijn sprookjesachtig van aard. Ook in dit deel tref je een keur aan recepten voor allerlei zaken. Je zintuigen worden geprikkeld. Reuk, smaak en zicht doen allemaal mee. Je leest bovendien over allerlei achtergronden over kruiden. Dat ze een betere smaak geven aan eten en dat kruiden je spijsvertering verbeteren. Op een aantal kruiden gaat de auteur dieper in. Zo krijg je bij planten als de zonnebloem en Oost-Indische kers een soort van biologische en cultuur-historische uitleg, zonder dat dit heel ingewikkeld wordt gemaakt. Alle teksten in dit boek zijn heel toegankelijk geschreven. De vraag naar de herkomst van de titel wordt ook beantwoord. Dat antwoord geef ik hier niet en moet je zelf maar ontdekken.

Eerlijk gezegd zie ik de toegevoegde waarde van een zgn. ‘omkeerboek’ niet zo. De titel Leni’s Kruidenboek had prima opgedeeld kunnen worden in twee hoofdstukken die elkaar op normale wijze hadden opgevolgd, oftewel achterelkaar. De tekeningen van Anne Ooms zijn kleurrijk en dromerig, soms sprookjesachtig. Daarmee krijgt deze uitgave een wat magisch karakter zonder dat dit inhoudelijk de overhand heeft.

Zoals gezegd, Leni’s kruidenboek is uitgegeven in eigen beheer. Je kunt het bestellen via de website van de auteur. Voor iedereen die is geïnteresseerd in kruiden is dit een heel inspirerend en toegankelijk boek. En besef: een groene tuin is de beste tuin. En als je ook nog eens kunt eten wat je in je eigen tuin hebt geoogst, dan smaakt je eten ook nog eens des te beter!

Een prachtige recensie, geschreven door de heer Jako van Gorsel.

Bezoek zeker eens de website van Visdief, en lees hier de originele recensie nog eens na!