Ik bezit een Citroenboom als kamerplant. Jawel, een Citrus limonum. Wat zeg je? Dat dit geen kamerplant is? Bij mij staat ze nochtans in de woonkamer. Goed, ik geef toe: mocht ik in het zuiden van Portugal wonen, dan stond ze buiten. Maar in mijn huidige woonst is er geen buiten, laat staan een warme zonnige buiten. Dus staat ze, lekker warm en volop in het licht, in mijn woonkamer. Het is een beetje zoals huisdieren, weet je wel? Er zijn er die je echt in huis hebt en andere die je dan in de tuin houden kan. Mijn plant, ik noem haar CeeCee, is tevreden. Dat denk ik toch. Ze is vrij gevoelig en haar ergernis toont ze door zomaar wat bladeren te laten vallen. Ze weet dat ik dan een paniekaanval krijg. Is ze ziek, krijgt ze te weinig water of o nee! teveel water? Geen licht genoeg? Gestrest door mijn bezoekers? Soms verdenk ik er haar van dat ze het enkel en alleen doet om mijn reactie te zien. Voorzichtig strijk ik dan het gevallen blaadje plat en laat het drogen tussen de bladzijden van een dik boek. Er heeft tot nu toe nog niemand gevraagd waarom mijn boeken naar citroen geuren en meer op een herbarium lijken dan op een boek. In het begin stond CeeCee  tussen de sanseveria en de gatenplant in, maar dat bleek mijn slechtste idee ooit te zijn. Want wat bleek er te gebeuren: CeeCee groeide gezwind verder, nee nee, niet in de hoogte maar ze slaagde erin om een bebladerde tak volledig zijwaarts te laten schieten. Naar de sanseveria toe. Een andere scheut schoot vliegensvlug richting de gatenplant.  Het was duidelijk. CeeCee heeft persoonlijke ruimte nodig, véél ruimte. Zij wil de ster zijn, de diva, zij alleen heerst over de vensterbank, geen concurrentie en al zeker niet van een sanseveria!

Als ik ’s ochtends opsta is het eerste wat ik doe, met een kopje koffie in de ene hand, met de andere hand balanceren om zo snel mogelijk de overgordijnen open te schuiven, zodat CeeCee licht krijgt. Heel eventjes bots ik dan soms tegen haar aan. En dan gebeurt het. De geur die vrijkomt door de aanraking van haar bladeren… Ik kan het gewoon niet beschrijven. Haar roomwitte bloemen geuren  nog intenser, nog zoeter… Op slag katapulteert die geur mij naar een zonnig tropisch eiland. Een paradijs. Instant geluk, dat geeft ze mij. Een droom, die schenkt ze mij. Door haar schoonheid, haar aroma en de volle grote gele vruchten die ze draagt. Als die rijp zijn laat ze ze gracieus vallen zodat ik ze tot een vers  gezond sapje kan verwerken.

Misschien heb ik ooit wel een plantage vol met CeeCees. In een warm zuiders land met volop zon en blauwe lucht.  Maar intussen heb ik de droom, de schoonheid en de geur. En CeeCee!

Omdat de Floraliën 2021 niet fysiek konden doorgaan, kreeg ik de kans om een video te maken met een leuke workshop. Ik ging aan de slag met mijn recept voor Madeliefjeszalf, dat je kan terugvinden in Leni’s Kruidenboek. Je kan ook snel zelf aan de slag om Madeliefjeszalf te maken, door het startpakket hier online te bestellen.

Veel kijkplezier!

Er zijn van die planten, die een onuitwisbare indruk nalaten. Zoals sommige mensen dit ook doen, niet? Bij mij is het een plant, een kruidje dat wellicht bij velen onder jullie onopgemerkt gebleven is. Maar bij mij dus niet. Toen ik vanmiddag een wandeling deed in de Tuin van Kina, was het weer zover. Ik zocht ernaar. Te vroeg, zei mijn verstand. Je weet maar nooit, zei mijn hart. Mijn wandel maatje wees mij op de Maagdenpalm. Mooi, ja. Vervolgens op de Scylla-non-scripta. Ja, ook niet mis. De pronte gele Sleutelbloem, die in het zonlicht weerkaatste als een diamant. Tja. Geen sprongetje van mijn herboristenhart. Te vroeg dus.

Zei ik nog niet over welke plant het gaat? De Prunella vulgaris : Brunel. Ik weet wel dat er in de meeste gidsen staat : gewone Brunel, maar dat noem ik een kleine belediging. Hoe kan zoveel gratie en schoonheid ‘gewoon’ zijn!

In het Nederlands spreekt men ook wel van Bijenkorfje. Inderdaad, als je de bloei aar van dichtbij bekijkt dan lijkt de aar wel op een ouderwetse gevlochten  bijenkorf, precies  zoals men die vroeger gebruikte. Als je de bloemaren gedroogd hebt, valt de gelijkenis nog meer op. De bloemen zijn paars en hebben donkere kelkbladen. Brunel behoort tot de familie van de lipbloemigen en draagt hier ook alle kenmerken van. Vierkante stengel en bladeren kruisgewijs tegenoverstaand. Hij blijft laag bij de grond en komt meestal niet hoger dan 10 cm. De Brunel staat graag vochtig, dus daar kan je hem vinden, onder struikgewas, in het gras of aan de rand van een bos.

De Engelse naam van deze schoonheid is Self heal of Heal all. Dit is toch veelzeggend, niet? Vooral Middeleeuwse kruidendeskundigen waren het roerend met elkaar eens : dit plantje kan alles genezen!

Goed, ze waren wellicht iets te enthousiast, maar feit is wel dat er in de plant looistoffen zitten en dat die kunnen gebruikt worden in wondheling. Dus het ‘healing‘ aspect is uitwendig zeker waar. Mijn geliefkoosde 17de-eeuwse herborist is Nicholas Culpeper. Nee, vraag me niet waarom ! Zijn kennis van planten was  in zijn tijd wijd en zijd gekend. Maar ik hou vooral van de stijl waarmee hij zijn kennis uitdraagt. De overtuiging die hij heeft van de kracht van elke plant die hij beschrijft. Ik voel gewoon dat hij van planten hield. Net als ik. Zeker ook van de Brunel. Hij schrijft immers : de plant noemen we self heal omdat, als je gewond bent, je jezelf ermee kunt helen. Duidelijk. Geen poeha. Zo simpel kan het soms zijn!

Klaar voor een receptje met dit Bijenkorfje ?

  • 10 gram  gedroogde Brunel
  • 35 gr kokosolie ( in vaste vorm )
  • 5 gram cacaoboter
  • 5 gram sheaboter

Doe alles in een kookpot en zet zachtjes op het vuur. Laat minstens twee uur trekken. Let op : dit mag niet te heet worden !

Zeef de planten eruit en doe je olie en boter mengsel terug in de pot. Voeg er 5 gram bijenwas aan toe en roer tot de bijenwas gesmolten is. Neem van het vuur . Giet in kleine potjes, laat opstijven. Je hebt een super balsem om je lippen zacht te houden en gesprongen lippen te helen.

The flower doesn’t dream of the bee. It blossoms and the bee comes.

M. Nepo

Je zou kunnen zeggen dat ik een tevreden mens ben. Mijn tweede boek, “Raphaels kruidentocht”, loopt goed. Maar vooral: zij die het aankochten zijn tevreden! De commentaren zijn lovend en het zinnetje dat ik zo graag wou horen was er : ‘dit boek maakt me blij’! Dat was mijn doel: een tipje oplichten van die wondere wereld der planten waarin ik me zo thuis voel en laten voelen hoe blij je er kan van worden.

Lemoenboom bloem

Dus maak ik een blije blog! Lang hoefde ik niet na te denken om verder te gaan op de blijgezinde toer. Geuren, daar kan ik ook zo intens blij van worden. Er zijn veel geuren die mij een goed gevoel geven, maar ik ga jullie nu iets vertellen over eentje ervan: de geur van de limoen. Geef mij een limoen in mijn handen en de geur ervan brengt mij onmiddellijk terug naar een witte stranden kust ergens aan de Indische Oceaan. De geur van de bloesem van de limoen stuurt mij linea recta naar een bootje op die oceaan… hemels!

Toen ik gisteren door de straten van Gent wandelde en een fruitwinkel binnenstapte werd ik overvallen door de geuren : torenhoge rekken vol met citroenen, mandarijnen, sinaasappelen en ja hoor : limoenen! Geen twijfel dus, hier komt de limoen in al haar glorie!

Al deze citrus vruchten behoren tot de plantenfamilie van de Rutaceae. De geschiedenis van deze vruchten lijkt wel een roman. Oorspronkelijk zijn ze allemaal afkomstig uit de tropische en subtropische gebieden van Azië en de eilanden voor de Maleise kust. Het zijn bomen wiens schoonheid en vruchten al heel vroeg door wereldreizigers werden opgemerkt. We weten vrij zeker dat reeds rond 310 v.C. de eerste Citrus families werden geïntroduceerd in Europa. Op de mozaïek vloer van een Romeinse villa uit die periode staat een afbeelding van een citroenboom. Citroenen waren overigens al lang vóór de sinaasappelen en limoenen gekend, in het oude Egypte reeds in de 4de eeuw v.C. Wellicht kwamen ze in het Middeleeuwse Europa binnen door Moorse en Turkse invasies. Bittere sinaasappelen en de cultivars ervan werden in de 9de eeuw geïntroduceerd in Zuid-Europa.

Hoewel we weten dat citroenen vrij veel gebruikt werden, is de geschiedenis van de limoen eerder duister, ook al omdat ze meer dan eens met elkaar verward werden. Het is van alle citrus soorten degene die het minst tegen de koude bestand is. De boom bereikt een hoogte van 6 tot 7 meter, de bladeren zijn eirond en donkergroen. De rand van het blad is een beetje golvend. De bloemen zijn wit en geuren erg zoet en intens. Men beschouwt nu de Citrus medica als de voorvader van de limoen die botanisch : Citrus aurantifolia noemt. De termen die gebruikt worden zijn echter verwarrend, want er bestaat ook een Citrus latifolia. Terwijl wij het in het Nederlands eerder simpel houden : limoen, is het in het Engels een beetje anders. Daar durft men al eens te spreken over twee soorten Lime : de Key lime en de Perzische limoen.

Lemoenen in een boom

Key lime : met de geur van de limoen die mij in gedachten op hagelwitte stranden brengt, kon ik niet anders dan de Key limoen even onderzoeken. Hij wordt immers geteeld in de Keys, een langgerekte eilandenreeks aan de zuidzijde van Florida in de Caraïbische Zee. Ik val onmiddellijk voor deze soort! 

De limoen heeft een hoog gehalte aan vitamine C en er zijn zelfs een aantal B vitaminen in aanwezig. De stof limonine is een fytonutriënt dat in ons lichaam helpt om schadelijke stoffen te counteren. Zeevaarders in de 18de en 19de eeuw namen limoenen mee op lange tochten om scheurbuik te voorkomen. Limoenen hebben een lagere zuurtegraad dan citroenen en blijven langer houdbaar. Ergens las ik wel dat de matrozen hun shotje limoensap in een geut rum kregen !

De geur van de limoen kan je terugvinden in de etherische olie die eruit gehaald wordt. Men perst de schil om de etherische olie te winnen. Ze ruikt hemels, of wat had je gedacht ? Het is een geur die verfrist en eerder opwekkend is. Wees voorzichtig met de etherische olie als je ze op je huid (in een draagolie) zou aanbrengen : ze bevat furocoumarines en deze stoffen maken je lichtgevoelig, je mag er zeker niet mee in de zon komen. De geur kan je ook terugvinden in een aantal parfums.

Even terug naar de Keys. Daar beweren ze een taart te hebben met limoen die alle andere taarten met limoen overtreft. Iedere oma heeft haar eigen zéér geheime recept om deze taart te maken. De versie die ik gemaakt heb, is deze van Nigella Lawson mits een paar eigen aanpassingen. Ik weet wel, ze komt helemaal niet uit Florida ! Mijn versie geef ik je graag mee, maar wees gewaarschuwd : sta je op dieet, stop dan hier met deze blog te lezen. Absoluut ! Alle anderen : eet één stukje limoentaart en concentreer je maar op de vitamine C die je daardoor inneemt !

Nu wou ik al altijd eens een kookboek maken dus dit is misschien een begin!

  • Neem 200 gram letterkoekjes en plet ze tot een fijne kruimel.
  • Smelt 200 gram boter, roer deze door het letterkoekjeskruimel.
  • Neem een springvorm (de mijne heeft een diameter van 24 cm. wat iets te groot bleek te zijn).
  • Duw het letterkoekjeskruimelbotermengsel in de springvorm, wel hard aanduwen en een klein opstaand randje vormen. De vulling moet er immers straks netjes in blijven.
  • Plaats in de diepvries voor een paar uur.
  • Klop 250 ml slagroom op tot hij in pieken staat.
  • Neem 150 ml gecondenseerde melk en roer daar het sap van 4 limoenen door.
  • Voeg dit gecondenseerde melk / limoen mengsel voorzichtig onder de opgeklopte room. Breng nu alles aan op de koekjesbodem. Verdeel evenwichtig en strijk glad. Rasp de zeste van de limoenen erover.
  • Zet in de diepvries voor een tweetal uur. Klaar !

In mijn eerste boek, Leni’s kruidenboek, liet ik me inspireren door de kruiden – uiteraard – maar ook door mijn oudste kleindochter, Leni. Door haar en alle kinderen die dit boek zouden lezen of aan wie het wordt voorgelezen. Ik wou bij hen het kleine vlammetje van interesse en passie voor de natuur doen ontwaken. 

Het is zover ! Mijn tweede boek is op dit eigenste moment aan het rollen, aan het schuiven tussen de persen van de drukker. 

Na een van de eerste voorstellingen vroeg mijn oudste kleinzoon Raphael mij: krijg ik ook een boek? Waarop ik uiteraard volmondig ja kon zeggen. Maar, zei hij heel ernstig, géén meisjesplanten! Meisjesplanten? Ja, ik wil géén madeliefjes ofzo, enkel coole, stoere planten!

Met deze duidelijke richtlijnen ben ik aan de slag gegaan. En het resultaat loopt binnenkort binnen. Een boek vol stoere coole planten, een boek met een belangrijke rol voor bomen. Een boek waarin mijn dappere ridder Raphael een tocht maakt op zoek naar planten die bijzonder zijn. Bomen die balorig zijn. Kruiden die beklijvend zijn. Planten die een ridder wel goed kan gebruiken op zijn tocht.

Ook ridder Raphael krijgt zijn eigen kruidentuin. Niet zoals bij Leni, een limonadetuin (want die is te zoetig!). Neenee, Raphael heeft een pizza tuin!

In Raphaels doe boek staan allerlei stoere leuke creatieve werkjes om zelf aan de slag te gaan met kruiden en planten.

Ook ridder Raphael krijgt zijn eigen kruidentuin

Het mooiste compliment dat ik kreeg over Leni’s boek was dat het een boek was waar je blij van werd. Dit hoop ik ook nu weer te hebben bereikt. Dat je er blij van wordt. Dat je op een andere manier naar buiten kijkt. Dat je wandelt en zoekt naar die stoere coole planten. Dat je een pizza maakt met vreemde maar lekkere kruiden. Dat je in een bos diep ademhaalt en ontwaart wat mijn ridder Raphael ontdekt heeft…!

Misschien is dit ook wel iets wat we in corona tijd goed kunnen gebruiken, niet?

Bestel snel jouw exemplaar in de webshop!


www.foresttoplate.com

Ergens half februari ben ik met een goede vriendin bij Ben Brumagne geweest in Mont Vireux.

Ben, de oprichter, de bezieler, de drijvende kracht achter Forest to Plate. Jaren geleden was hij een van mijn (jongste) cursisten. En meteen ook één van de meest gedrevene en memorabele ooit. Raar, hoewel we steeds in contact gebleven zijn, was ik nog nooit naar zijn geliefde stek net over de Franse grens geweest. Tot in februari dus…

Met mijn vriendin die alle GPS toestellen vèr vooruit is waardoor we slechts twee maal een verkeerde afslag hebben genomen. Zonder haar hadden dit er wellicht meerdere geweest… Onderweg hadden we al een beetje een vrijbuitersgevoel: honderduit babbelen, alle tijd om rustig te rijden en rond te kijken, twee keer dezelfde brug gezien (maar die loonde echt wel de moeite!) en lunchen in een super leuk Grieks restaurantje, vakantiegevoel dus!

Toen we in het typische slapende Franse dorpje kwamen haalde mijn GPS nog een laatste frats uit door mij doorheen een rivier te willen laten rijden… maar eindelijk waren we er! Bericht aan mijn garagist die er mij nu al altijd van beschuldigt géén respect te hebben voor de carrosserie : ik ben niet door het water gereden!

Wat een leuk weerzien! Uiteraard zijn we gaan wandelen, want dit is Ben’s absolute specialiteit: wandelen en wild pluk. Twee dagen hebben we gewandeld en heel erg veel planten gezien. Het was februari maar mooi, zacht en zonnig weer. Covid 19 was iets dat enkel nog maar in China een hot item was.

Het was mooi en rustig in de bossen en we ontdekten van alles. Van veldkers tot violen over speenkruid en grote klis… En dan kom je plots op een plek waar honderden narcissen in bloei staan! In februari! Wonderlijk en adembenemend prachtig!

En dan kom je plots op een plek waar honderden narcissen in bloei staan! In februari! Wonderlijk en adembenemend prachtig!

Ben kent zijn weg daar als geen ander, je voelt dat dit absoluut zijn ding, zijn leven is! Grappig is hij ook: midden in het bos op een open plek waar véél modder was en de modder duidelijk doortrappeld was door hoefjes… lagen er ook erwten. Of ik een idee had waarom die erwten daar lagen? Nee? Nonchalant antwoord: dit is een voederplek voor everzwijnen. Sorry? Ja, everzwijnen, kijk ze zijn blijkbaar nog net hier geweest. Zijn die niet agressief? Jaaa, soms wel! Serieus, ik ben nog nooit zo snel en (hoop ik) elegant over braamstruiken en wortels van bomen gesprongen als toen dat moment! 

Ons copieuze avondmaal bestond uit allerlei geplukte wortels en planten: héérlijk! Als jullie dit zelf willen ervaren: doen! Niet twijfelen, gewoon gaan. Je zal een schat aan nuttige en mindblowing informatie opdoen. Ik heb in die twee dagen ongelooflijk genoten van de rust en de schoonheid. Wist je dat we zelfs een  soort Grand Canyon gezien hebben? Een prachtige rotsformatie, Fondry de chiens in Viroin, een natuurpark dicht bij Mont Vireux.

Ben heeft al verschillende eetbare plukroutes ontworpen en heeft ook een project rond het eten van eikels.

Overtuigd? Ik hoop het! Je ziet de website en gegevens van Ben onderaan deze blog. Ga erheen, boek een wandeling eens het weer kan en mag als het Corona virus bedwongen is. Je zal zeker veel leren, ook al hoe te overleven met voedsel gewoon geplukt in de wegberm!

Zowel ik als Ben en nog andere collega’s zien plots al onze afspraken, lezingen en workshops geannuleerd. Begrijpelijk gezien de omstandigheden. Maar het zou grandioos zijn mochten jullie helpen aan het herstel! In mijn geval: koop mijn Leni ’s kruidenboek en vertel aan je kids hoe belangrijk planten zijn. In Ben’s geval : ga mee op wildpluk en laat je verrassen door de natuur en Ben’s knowhow!


www.foresttoplate.com

www.foresttoplate.com

Heb je je al afgevraagd waar deze uitdrukking vandaan komt? Ik ook niet, tot vandaag dus. Na een kort zoektochtje gevonden dat het een gezegde is dat oorspronkelijk uit Oost-Indië komt en iets te maken heeft met een kaartspel. Men zette streepjes naargelang het aantal spelletjes dat men speelde en/of won en vormde op die manier een boom. Raar. Maar goed, ik heb iets met bomen. 

Bij het bekijken van de talloze foto’s op mijn telefoon bleken daar vooral foto’s van bomen op te staan. Ik voeg er een aantal toe aan deze blog ten bewijze! Wat heb ik nu precies met bomen? Ze hebben iets majestueus waar ik van hou. Ze stralen een soort standvastigheid uit, staan goed verankerd in de aarde met hun wortels en reiken ten hemel met hun takken. Ze lijken wel op elkaar maar hebben toch allemaal duidelijke verschillen in de vorm van hun blad, de stand van de takken, de bast, de vruchten… Ze hebben iets geruststellends vind ik.

Terwijl ik dit schrijf kijk ik naar buiten en er staan vier bomen pal in mijn gezichtsveld. Een els, vrij hoog al en aan het eind van de fijne takken hangen de elzenpropjes. Een populier. Hij staat een beetje scheef en helt over naar het oosten. Misschien wil hij elke ochtend het eerste ochtendgloren voelen ? Vorig jaar hebben we een losgescheurde zware tak moet afzagen. Het leek even of hij het ging begeven maar nee hoor, hij groeit en bloeit verder! Een appelboom waar ik vooral de bloesems van waardeer en tenslotte staat hier voor mij een notenboom. Een Juglans regia. Die heeft het allemaal: hij staat kaarsrecht, is ongelooflijk statig en duldt geen dichte buren. Wetenschappers hebben aangetoond dat deze bomen een stof verspreiden die andere vegetatie zo goed als onmogelijk maakt. Dit zou ook de reden zijn waarom je beter picknickt onder een notelaar dan onder een linde : géén muggen!

Regia betekent zoveel als koninklijk en dat is hij vast en zeker. Wij kennen hem als Walnotenboom, Okkernoot, Notelaar, dikke neur of zelfs: olijf van Savoye! Het is een boom die al van voor de laatste ijstijd in Europa groeide. Vooral de vruchten waren voor de mensen belangrijk maar ook het hout werd altijd al erg gewaardeerd. Meubelmakers houden van de mooie dooradering en de kleurlijnen die in het hout spelen. Ooit werd het zelfs gebruikt om geweerkolven van te maken! De okkernoot is erg voedzaam en wordt geperst tot een olie. Deze olie is best koud te gebruiken wil men ten volle genieten van de onverzadigde vetzuren die ze bevat. De bladeren bevatten looistoffen en vooral één stof die een antibiotische werking heeft. In heel oude kruidenboeken staat de geneeskracht van de walnoot reeds beschreven. De notenboom heeft ook altijd al een sterke symbolische werking meegedragen. De noten zijn een vruchtbaarheidssymbool en werden als dusdanig gegeven bij een huwelijk. Een boom werd ook geplant bij de geboorte van een kind. Bij een meisje werd een lindeboom geplant, bij een jongen een notenboom.

De Kelten hadden ook iets met bomen en zij hadden een heuse boomkalender. Ik heb dus uiteraard onmiddellijk gekeken welke boom zij voor mij in petto hadden… Het is immers je geboortedatum die bepaalt welke je levensboom is. Je gelooft het nooit: een notenboom! Ik ben er erg blij mee, want ik heb dus verschillende notelaars in de tuin staan en nu kan ik ze rustig: mijn boompjes noemen (nou ja, boompjes!). Iets minder tevreden was ik met de verklaring! Een notenboom mens zou onbuigzaam en ontoegeeflijk zijn! Nee  toch! Oké, een paar zinnen verder komt dan toch: edel en zacht als boter. I rest my case! Ttz: ik zoek niet verder, met deze uitleg ben ik dik tevreden en ik ga er dus niet over door-bomen!

Sinds een week ongeveer loop ik met een gelukzalige glimlach op mijn lippen. Niet dat ik anders geen glimlach zou hebben of niet gelukkig zou zijn, maar nu is het gewoon ‘over the top gelukzaligheid’. Toen ik immers vorige week louter toevallig een bloemenzaak binnenstapte stond daar een grote pot met Mimosa. Bloeiende mimosa ! Terwijl de florist het boeket dat ik bestelde inpakte, vroeg ik ook naar de mimosa. Haal er zelf maar uit wat je graag wil, zei de man. Ik ben voorzichtig naar de vaas gegaan en nog voorzichtiger heb ik de stevige lange stelen tussen mijn vingers genomen. Gevoeld, betast, besnuffeld, gedraaid, gekeurd en er uiteindelijk een zestal uit gehaald. Ik had zin om ze allemaal mee te nemen maar dat leek me een beetje teveel. Ik gun anderen ook dat moment, dus liet ik er toch eentje staan.  

Kennen jullie de geur van mimosa ? Het zoeterige amandelachtige aroma ? Hemels ! De plant doet me bovendien denken aan mijn grootmoeder en de stad van haar jeugd, Nice. 

De mimosa is een altijd groene heester tot boom die minstens zes meter hoog kan worden. In het latijn noemt hij Acacia dealbata en je mag hem zeker niet verwarren met de Mimosa boom, die eigenlijk Robinia noemt. De mimosa bloeit van december tot maart met kleine gele pluizige balvormige bloempjes. Glanzende gouden pomponnetjes, zo lijken ze wel. Oorspronkelijk komt deze mimosa uit Australië. Het was de Britse zeevaarder James Cook die de plant daar ontdekte en meebracht naar Europa. Rijke Britse aristocraten gingen de plant in hun tuinen aan de Côte d’ Azur aanplanten en ze gedijde daar wonderwel. Zo wonderwel dat ze op een bepaald moment de  andere plantengroei dreigde te overwoekeren. Vooral in de regio de Tanneron werd de plant gekweekt zowel voor de parfumindustrie als om fleurige boeketten samen te stellen. Het hars dat uit de stam kan gehaald worden is een alternatief voor het gebruik van Arabische gom bij het vervaardigen van inkt. 

De bloei van de mimosa kondigt al een beetje de lente aan in de Provence. Haar gele bloempjes staan voor het gele van de zon, geel van het licht, zonnige vriendschap. 

Er bestaat zelfs een heuse Route du mimosa die doorheen het Zuiden van Frankrijk loopt. De route strekt zich uit van Bormes-les-Mimosas (een dorp dat eigenlijk Bormes heet maar door de intense mimosa teelt zich nu Bormes-les-Mimosas noemt ..) tot Grasse, de immer parfum stad bij uitstek. Je kan de route volgen, een 130 km lang en je doorkruist leuke mooie stadjes waar de mimosa centraal staat. In Mandelieu la Napoule bijvoorbeeld hebben in februari de mimosa feesten plaats. Er trekken stoeten door de stad en men kiest een Mimosa koningin ! 

De bloemen van de mimosa zijn eetbaar en in Grasse kan je de confiserie Florian bezoeken waar men de mimosa pluizige bolle bloempjes omtovert tot zoete snoepjes. Als je er binnenwandelt kan de geur van de duizenden bloempjes die liggen te wachten op hun suiker badje, ongelooflijk bedwelmend zijn. Dronken van de geur kan je daar worden, echt waar!

Recent ontdekte ik een chocolatier die mimosa pralines maakt, nu ben ik helemaal verkocht! 

De mimosa wordt geplukt terwijl de bloemen nog niet open staan en in ‘les forceries ‘, ruimtes met een zeer hoge vochtigheidsgraad, gaan ze open. Je kan deze forceries ook bezoeken. Er bestaan een aantal verhalen over hoe men dit procedé ontdekte. Eentje geef ik je mee : een meisje gaf aan haar moeder een boeket ongeopende mimosa en de moeder plaatste het boeket zonder water in een vochtige wasruimte. De volgende dag stonden de bloempjes massaal open. Vandaag de dag wordt de mimosa wereldwijd geëxporteerd. Ook de parfumindustrie gebruikt graag de mimosa. In sommige parfums zit wel een lichte toets mimosa maar het parfum Champs Elysées van Guerlain is een pure ode aan de mimosa.   

Ooit rij ik de Route du Mimosa ! In een kanarie geel open autootje met een gele breedgerande zonnehoed. Met mijn kleinkinderen. Zodat ook zij aan mij zullen denken als ze de mimosa zien bloeien. 

Misschien verwerk ik dit wel in mijn vierde boek, het boek voor kleindochter Rosalie,…Maar first things first : we schrijven en tekenen nu volop aan het boek voor Raphael. Het boek vol stoere coole planten! Wacht maar af! 

Als ik heel eerlijk ben, wist ik niet goed wat te verwachten van ons kruidenavontuur. Een beetje spannend toch…We noemden het Kruidengoesting en die goesting: daaraan was geen gebrek !

We kozen als verblijfplaats L‘ Ancien Monastère de Sainte-Croix, in het departement de Drôme, aan de voet van de Alpen. Een magische plaats ! Met de mooiste binnenplaats die je je maar kunt voorstellen. Ze nodigt uit om met vrienden samen te zitten, het spectaculaire landschap rondom te bekijken, oeverloos te dromen van geurige kruiden en ondertussen te genieten van de heerlijke Franse keuken en de lekkere wijnen.

We hadden een strak programma uitgewerkt. Drie bergwandelingen, vijf bedrijfsbezoeken, een nachtelijke beverwandeling midden in de rivier de Drôme, een bezoek aan een plaatselijke producent van La Clairette de Die en als extra: vier verschillende workshops! Honderden planten hebben we gezien, bewonderd en leren kennen. Niet enkel planten: ik heb nog nooit zoveel soorten vlinders gezien, vogels gehoord en zelfs de gieren die boven ons cirkelden waren majestueus (en een beetje griezelig). 

Ik geef toe: het was strak! Maar onze timing klopte en iedereen heeft hopen nieuwe dingen ontdekt en beleefd. Velen hebben hun grenzen verlegd en elkeen heeft het gevoeld: dit is waarom wij herborist werden! Met 21 deelnemers en vijf docenten plus een drietal begeleiders vormden we een mooie groep die al na de eerste lunch tot een gezellige vriendengroep versmolt.

Het smaakt naar meer! Dus: volgend jaar organiseren we dit opnieuw! Je kan onze belevenissen en voorbereidingen voor een tweede editie volgen op de website: www.kruidengoesting.com.

Velen hebben hun grenzen verlegd en elkeen heeft het gevoeld: dit is waarom wij herborist werden!

Laat ik mij hier even beperken tot het voorstellen van enkele planten die we overal tegenkwamen en vrij typisch zijn voor de flora daar.

Een plant die naar asfalt ruikt! Heus waar! De Psoreala bituminosa of Bituminaria bituminosa behoort tot de vlinderbloemigen en zoals gezegd, als je een blad kneust ruikt het naar teer of asfalt. Het is een plant die in het Middellandse Zeegebied vrij algemeen voorkomt en op rotsachtige ondergrond staat. De bloemen zijn lila tot lichtblauw en hemelsmooi. In Madeira werd de plant gebruikt in haartonics, het zou de haren doen groeien . In vrij veel culturen wordt ze gebruikt voor allerlei huid aandoeningen omdat ze psoraleen bevat. Ook als veevoeder blijkt de plant nuttig omdat ze veel eiwitten bevat en zeer sterk droogte resistent is.

De Catananche coerulea of de blauwe strobloem, een prachtige blauwe tot lavendelkleurige bloem die een beetje perkamentachtig aanvoelt. Na de bloei heeft ze de mooiste papierachtige topjes die je ooit gezien hebt. Ze zijn witachtig , voelen een beetje stug aan en er loopt op ieder soort schubje een gouden lijntje. Als je het plukt en in het zonnelicht houdt krijg je een heus juweeltje te zien! Ze doet het dus heel goed op een kalkrijke bodem en staat graag erg zonnig. Ideaal als plant voor droogboeketten en ze trekt bijen aan. De botanische naam komt van twee Griekse woorden en betekent zoveel als aangetrokken worden door – net zoals de Engelse naam voor deze Catananche: Cupid’s dart – de pijl van Cupido en ik begrijp waarom .

Ooit werd de plant blijkbaar ook in liefdes drankjes verwerkt… Ik denk dat ik een beetje opzoekwerk zal doen en dit uitprobeer! Ik hou jullie op de hoogte!

De volgende plant die ik even wil vermelden is de Carlina. Op een van onze bergtochten zijn we deze distel honderden keren voorbijgelopen en telkens ontlokte hij een oooo uit onze mond want het is een schoonheid! Stekelig, absoluut, maar is dit niet een beetje eigen aan schoonheden? 

Deze Carlina tref je in meerdere soorten aan, Carlina vulgaris en Carlina acaulis zijn er twee van. Ik heb een boontje voor de Carlina acaulis, met wit paars achtige bloem laag bij de grond liggend. Vroeger werd hij medicinaal gebruikt bij leverklachten en de bloembodem is eetbaar, zoals deze van de artisjok.

Nog één eigenaardigheidje: op enkele wilde rozenstruiken die we zagen had de galwesp een aanval gedaan waardoor er sublieme gallen te zien waren: net roze wriemelende nestjes. Het is de reactie van de plant op een kleine galwesp.

Als je de gallen middendoor zou snijden zie je de kleine larfjes van de wesp. 

Soms noemt men deze ook slaapappel omdat men ooit geloofde dat als je deze gal onder je hoofdkussen legde, je beter zou slapen. Dit probeer ik toch liever niet!