Als ik heel eerlijk ben, wist ik niet goed wat te verwachten van ons kruidenavontuur. Een beetje spannend toch…We noemden het Kruidengoesting en die goesting: daaraan was geen gebrek !

We kozen als verblijfplaats L‘ Ancien Monastère de Sainte-Croix, in het departement de Drôme, aan de voet van de Alpen. Een magische plaats ! Met de mooiste binnenplaats die je je maar kunt voorstellen. Ze nodigt uit om met vrienden samen te zitten, het spectaculaire landschap rondom te bekijken, oeverloos te dromen van geurige kruiden en ondertussen te genieten van de heerlijke Franse keuken en de lekkere wijnen.

We hadden een strak programma uitgewerkt. Drie bergwandelingen, vijf bedrijfsbezoeken, een nachtelijke beverwandeling midden in de rivier de Drôme, een bezoek aan een plaatselijke producent van La Clairette de Die en als extra: vier verschillende workshops! Honderden planten hebben we gezien, bewonderd en leren kennen. Niet enkel planten: ik heb nog nooit zoveel soorten vlinders gezien, vogels gehoord en zelfs de gieren die boven ons cirkelden waren majestueus (en een beetje griezelig). 

Ik geef toe: het was strak! Maar onze timing klopte en iedereen heeft hopen nieuwe dingen ontdekt en beleefd. Velen hebben hun grenzen verlegd en elkeen heeft het gevoeld: dit is waarom wij herborist werden! Met 21 deelnemers en vijf docenten plus een drietal begeleiders vormden we een mooie groep die al na de eerste lunch tot een gezellige vriendengroep versmolt.

Het smaakt naar meer! Dus: volgend jaar organiseren we dit opnieuw! Je kan onze belevenissen en voorbereidingen voor een tweede editie volgen op de website: www.kruidengoesting.com.

Velen hebben hun grenzen verlegd en elkeen heeft het gevoeld: dit is waarom wij herborist werden!

Laat ik mij hier even beperken tot het voorstellen van enkele planten die we overal tegenkwamen en vrij typisch zijn voor de flora daar.

Een plant die naar asfalt ruikt! Heus waar! De Psoreala bituminosa of Bituminaria bituminosa behoort tot de vlinderbloemigen en zoals gezegd, als je een blad kneust ruikt het naar teer of asfalt. Het is een plant die in het Middellandse Zeegebied vrij algemeen voorkomt en op rotsachtige ondergrond staat. De bloemen zijn lila tot lichtblauw en hemelsmooi. In Madeira werd de plant gebruikt in haartonics, het zou de haren doen groeien . In vrij veel culturen wordt ze gebruikt voor allerlei huid aandoeningen omdat ze psoraleen bevat. Ook als veevoeder blijkt de plant nuttig omdat ze veel eiwitten bevat en zeer sterk droogte resistent is.

De Catananche coerulea of de blauwe strobloem, een prachtige blauwe tot lavendelkleurige bloem die een beetje perkamentachtig aanvoelt. Na de bloei heeft ze de mooiste papierachtige topjes die je ooit gezien hebt. Ze zijn witachtig , voelen een beetje stug aan en er loopt op ieder soort schubje een gouden lijntje. Als je het plukt en in het zonnelicht houdt krijg je een heus juweeltje te zien! Ze doet het dus heel goed op een kalkrijke bodem en staat graag erg zonnig. Ideaal als plant voor droogboeketten en ze trekt bijen aan. De botanische naam komt van twee Griekse woorden en betekent zoveel als aangetrokken worden door – net zoals de Engelse naam voor deze Catananche: Cupid’s dart – de pijl van Cupido en ik begrijp waarom .

Ooit werd de plant blijkbaar ook in liefdes drankjes verwerkt… Ik denk dat ik een beetje opzoekwerk zal doen en dit uitprobeer! Ik hou jullie op de hoogte!

De volgende plant die ik even wil vermelden is de Carlina. Op een van onze bergtochten zijn we deze distel honderden keren voorbijgelopen en telkens ontlokte hij een oooo uit onze mond want het is een schoonheid! Stekelig, absoluut, maar is dit niet een beetje eigen aan schoonheden? 

Deze Carlina tref je in meerdere soorten aan, Carlina vulgaris en Carlina acaulis zijn er twee van. Ik heb een boontje voor de Carlina acaulis, met wit paars achtige bloem laag bij de grond liggend. Vroeger werd hij medicinaal gebruikt bij leverklachten en de bloembodem is eetbaar, zoals deze van de artisjok.

Nog één eigenaardigheidje: op enkele wilde rozenstruiken die we zagen had de galwesp een aanval gedaan waardoor er sublieme gallen te zien waren: net roze wriemelende nestjes. Het is de reactie van de plant op een kleine galwesp.

Als je de gallen middendoor zou snijden zie je de kleine larfjes van de wesp. 

Soms noemt men deze ook slaapappel omdat men ooit geloofde dat als je deze gal onder je hoofdkussen legde, je beter zou slapen. Dit probeer ik toch liever niet!

Kennen jullie Leiden? Ik alvast niet, behalve dat het een heel gekende Nederlandse universiteitsstad is. Tot ik louter toevallig een advertentie las over een tentoonstelling in Leiden waar ik graag heen wou en ik Leiden dus leerde kennen: een heerlijke stad!

De tentoonstelling noemde ‘Middeleeuwse tuinen‘ en dat  kon ik natuurlijk niet zomaar laten voorbijgaan. De tentoonstelling was opgesteld in het Rijksmuseum van Oudheden. De subtitel was Aardse paradijzen in Oost en West, 1200 -1600.

In deze periode had je zowel kloostertuinen, kruidentuinen, lusthoven, paleistuinen als botanische tuinen. De tentoonstelling verhaalde het thema in verschillende luiken: prachtige miniaturen met mooie tuinen, tuingereedschap dat werd opgegraven, schilderijen met paradijselijke tuinen, wandtapijten met veelkleurige bloemmotieven tot tegeltjes met floraal motief.

Er lag , veilig achter glas geborgen , zelfs een herbarium uit het jaar 1550 – 1555. De datum kon men aflezen aan het watermerk in het papier. Ingebonden in leer en de planten die erin zaten nog ongelooflijk goed geconserveerd én herkenbaar. Men denkt dat dit herbarium een geschenk was aan een geliefde omwille van de prachtig verzorgde kaft en uitvoering. De titel doet ook zoiets vermoeden: En tibi perpetuis ridentem floribus Hortum: hier voor jou een glimlachende tuin met eeuwige bloemen. Zalig toch?! Zoveel werk en zoveel liefde daarin gestoken en wellicht nooit gedacht dat honderden jaren later wij nog steeds blij worden bij het aanschouwen van zoveel schoonheid!

Er mochten geen foto’s genomen worden dus jullie zullen zelf moeten gaan kijken.

Eén van de opgegraven moestuin werktuigen was een duimgieter. Nog nooit gezien. Een bolvormige gieter in aardewerk met een handvat aan. In de bodem zitten allemaal gaatjes en in het handvat één gat. Je vult de gieter door hem helemaal onder te dompelen in een waterput en je duim hou je op het gat in de greep. Als je wil gieten doe je je duim van het gat weg en het water stroomt eruit door de vele gaatjes. Wil je de waterstroom stoppen, zet je je duim weer op het gat. Zo kon men dus beetje bij beetje water geven zonder veel te verspillen. In het frans noemt zo’n gieter chantepleure omdat hij een leuk gorgelend geluid maakt als hij giet : hij zingt ( chante ) en huilt ( pleure ) tegelijk. Dit staat op mijn to do lijst: ik wil dit gewoon uitproberen omdat ik nu helemaal in de ban ben van het woord chantepleure…

Als je buiten komt uit het museum en je wandelt over een bruggetje kom je aan de Hortus botanicus van Leiden. Het is een renaissancetuin en één van de eerste echte professionele botanici die daar aan het werk ging was Clusius of Charles de l’écluse ( 1526 -1609 ). Terwijl de tuin ooit was aangelegd ter onderrichting van de studenten geneeskunde van de universiteit, bracht Clusius er een verzameling van planten zodat er behalve medicinale planten ook allerlei exotische planten en een heleboel bolgewassen werden aangeplant, onder andere tulpen.

Er bestond een lijst van planten uit het jaar 1595 en op basis hiervan is de tuin gereconstrueerd. Het is een grote heerlijke tuin om in te wandelen en te ontdekken. Ernaast is een systeemtuin aangelegd en een Japanse tuin. Je kan er uren rondlopen en genieten. Ik was aangenaam verrast en wil er zeker nog eens terug.

Het beetje tijd dat me restte ben ik door Leiden zelf gewandeld en heb nog een ontdekking gedaan : in het begin van de 17 de eeuw kwam een groep calvinisten uit Engeland naar Leiden. Zij hielden eraan om hun strenge geloof en levensregels te kunnen handhaven en dachten dit in Leiden te kunnen doen. Een aantal jaren zijn ze daar gebleven maar uit vrees voor een te libertijnse invloed van diverse kanten in Nederland, zijn ze de grote plas overgestoken en waren zij één van de eerste grote groepen kolonisten in Amerika : de Pilgrim fathers. Rond deze Pilgrim fathers en hun schip de Mayflower is er allerlei romantiek geweven en zelfs een aantal Amerikaanse presidenten ( onder andere Obama ) gaan er prat op dat zij rechtstreeks afstammen van die Pilgrimfathers. In Leiden kan je dus hun voetsporen volgen… Doen!

Toen ik midden in de week autopech had en de bijgeroepen mechanieker oei oei zei toen hij mijn motorkap opende, had ik zulk een moment. Mijn auto moest gesleept worden naar de garage, geen punt. Maar mijn interieur vertelde wel heel erg duidelijk dat ik een herborist ben. Dus oei oei zullen ze in de garage ook wel zeggen. Het moment van een stofzuiger te nemen was anderzijds wel snel over, want de planten en de stukjes gras en de bladeren hebben gewoon een betekenis! Voilà!

Vorige week heb ik een bezoek gebracht aan de Dodoenstuin in Schilde. Ieder jaar doe ik hem aan met mijn cursisten in het kader van de opleiding Kruidentuinen. Het is een tuin opgedragen aan Rembert Dodoens, die ongetwijfeld één van de meest belangrijke botanici was in de Nederlanden in de 16 de eeuw. Hij schreef het Cruydeboeck waarin meer dan 1000 inheemse planten vermeld staan. In dit werk legde hij de bouwstenen waarop Linneaus later verder werkte bij zijn classificatie  . In de tuin staan veel planten uit het Cruydeboeck, met een bordje erbij waarbij ook de naam staat zoals vermeld in het boek van Dodoens , heerlijk ! Hij is ingedeeld in deeltuintjes en op het kruispunt van de hoofdassen staat een zonnewijzer. De achterzijde  van de kruidentuin valt wel erg op door de aanleg van een kruidenreus. Het stelt een liggende persoon voor en de kruiden staan op de plaats waarvoor ze gebruikt kunnen worden : in het buik – vakje staan de kruiden die gebruikt worden voor de spijsvertering , ter hoogte van zijn hoofd staan de kruiden die bijvoorbeeld bij hoofdpijn kunnen dienstig zijn enz. In Engeland zou er een grotere versie te zien zijn , maar deze is toch ook indrukwekkend !

Er is ook een moestuin en ook daaruit kan je leren ! Een van de aanwezigen vroeg zich af welke mooie bloem daar stond : de aardappel!

Het was warm en zonnig bij ons bezoek en het gonsde van de bijen en hommels. Aan de overzijde van de tuin staan bovendien ook een groot aantal bijenkasten en is er een bloemenweide voor bijen aangelegd.

En dan ook dat nog…

Het meest memorabele moment van de week was echter toen bleek dat ik een stopzin had…ik heb soms mijn momenten. Volgens mijn pas afgestudeerde herboristjes in Ukkel zeg ik dit veel…véél te véél ! Hun oplossing : twee drinkbekers en een schort met daarop de voornoemde zin …en hun namen . Ik weet echt niet of het mij zal helpen om deze zin minder te gebruiken maar in ieder geval zal ik steeds met ongelooflijk veel warmte aan jullie terugdenken : 

Eind april waren het open deur dagen bij de Kruiderie Loca labora in Beernem. Als je daar nog nooit geweest bent: haast je! Rep je! Het ligt in het prachtige domein Bulskampveld en is méér dan de moeite waard om te bezoeken.

Men kweekt er kruiden, diverse moestuin planten en eetbare bloemen. Net als ieder jaar verzorgden ikzelf en een aantal andere kruidendames de rondleidingen en gaven wij graag een woordje uitleg over de planten. Een super gezellige bedoening ondanks het feit dat de weergoden ons iets minder gunstig gezind waren. Ikzelf stond bij de vaste plantjes buiten en mocht dus op tijd en stond tussen de regendruppels door de collegaatjes gaan vervoegen die in de serres stonden.  Het voelt altijd goed aan als je mensen kruiden kunt leren kennen.

Blijkbaar is de Dropplant niet zo gekend want daar heb ik veel mogen over vertellen.  De Agastache foeniculum, want zo noemt ze voluit, is een prachtige statige plant. Ze kan vrij hoog worden, tot 90 cm ongeveer, maar woekert  niet. De bloeiwijze is een aar, zacht paars violet van kleur. Bij kneuzen geeft het blad een lichte anijsgeur vrij, zo smaakt het ook. De bloemen en het blad zijn perfect eetbaar en kunnen aan salades worden toegevoegd. Maar : dit is een echte bijenplant ! Bijen vinden deze plant een sterrenrestaurant ! Als ze enkel op de dropplant fourageren heeft de honing zelfs een lichte anijssmaak. Als je een kruidentuin hebt of er eentje wil aanleggen: een aanrader . Zeer geschikt voor een zonnige plek en kan een minder bevallig muurtje ofzo camoufleren! Mijn boek lag in het winkeltje van de Kruiderie en het deed me super veel plezier als mensen kwamen vragen om te signeren.

In het winkeltje kon je ook allerlei lekkere bieren ontdekken. In de serres was er ook volop van alles te beleven en te proeven: kaas, honing, hapjes met minder gekende kruiden… Eén van de collega’s had zelfs een marinade gemaakt met de citroenverbena siroop! Super lekker!

En altijd kan je iets leuks of nieuws  ontdekken ! Ik zag een plantje staan waarvan de naam mij geweldig intrigeerde : Ophiopogon planiscapus ‘Niger’ – of Slangenbaard , ook wel zwart gras genoemd ! Het heeft inderdaad iets slangachtigs , een baard zag ik er niet in, maar zwart was het zeker …Wat denken jullie ervan ? 

Bezoek zeker ook even de website of de Facebook pagina van Loca Labora!

In augustus organiseren we een kruidenstage voor herboristen in het departement de Drôme in Zuid-Oost Frankrijk. De streek daar noemt “Le Vercors” en hoort tot de voor-Alpen. Ik ben er een viertal dagen die stageweek gaan voorbereiden. Een werkbezoek dus! 

Maar werken? Het laatste woord dat in mij opkwam! Fenomenale rotsplateaus, adembenemende kalksteenformaties in grillige vormen, lavendelvelden nu nog groen maar klaar voor de zomer, hemelsblauwe lucht, super mooie slapende dorpjes vastgeklonken aan de rotsen.

En steeds aanwezig: een ijsblauwe rivier la Drôme die nu eens lieflijk kabbelend dan weer kolkend verder stroomde. De streek is een paradijs voor herboristen, zoveel is duidelijk : kruiden, wilde planten, vleesetende planten, bergplanten saffraan telers, lavendelboeren, notenpersen, imkers, ambachtelijke bedrijfjes en dan de eerder industriële, kortom: keuze genoeg om de week boeiend te maken!

Een lokale collega vertelde dat het symbool van Le Vercors een wilde tulp en een korhoen zijn. Beiden moeilijk te vinden en uiteraard beschermd!

Gezien ik ook wel van geschiedenis hou en gedreven door de plotse interesse van mijn reisgezel om in het stadje Die de resten van de Romeinse beschaving te zoeken, vertrokken we. Volgens onze bronnen kon je omheen de stad Die de vrij goed bewaarde resten van een vestingmuur zien alsook andere overblijfselen uit de Romeinse periode. De archeologische site was bereikbaar via een hobbelige aarden weg die vrij snel steeg. In totaal 400 meter hoogteverschilbleek later. Eerder buiten adem kwam ik boven. En toen keek ik rond. Inderdaad, de vestingmuur was zeer goed bewaard en indrukwekkend hoog.

Ik waagde het om even van het gebaande weggetje af te stappen. Weg alle vermoeidheid! Weg Romeinen! Want daar stond ze: schitterend en glanzend in een groene berm, gele vlekken die de zon weerkaatsen: de wilde tulp, Tulipa sylvestris!

Haar hoofdje naar beneden gebogen, dit in tegenstelling tot haar gekweekte nichtjes. Hoe meer ik rondkeek hoe meer ik er zag! Dit was een instant geluksmoment! Heel voorzichtig heb ik haar rondom rond bekeken en gefotografeerd. Het korhoen heb ik niet gezien. Misschien als ik terugkom?

Beneden heb ik mijzelf op een glas Clairette de Die getrakteerd… Op mijn vondst en de pure schoonheid van een bloem!

Vorige week was ik in Ierland en ik ben betoverd ! Het groen, de fenomenale kustlijn, de vriendelijke mensen en de leprechauns natuurlijk. Ik ben er nog steeds niet aan uit hoe ik dit moet vertalen : kabouter, alverman, kobold, alf..?

Maar wat me meest in vervoering bracht was een wandeling langs de kliffen tussen Greystones en Bray. Daar ben ik van mijn sokken geblazen ! Niet door de wind en gelukkig niet van de klif maar door de zoeterige aromatische geur van de Gaspeldoorns. Overal, zo ver je kijken kon stonden ze daar te bloeien in een schitterende gele bloemenpracht. De geur situeert zich ergens tussen vanille en kokos maar is veel subtieler. Gemengd met de zilte geur van de zee krijg je een verbluffend geurspel.

De gele bloemen doen een beetje denken aan Brem, maar de gaspeldoorn  draagt doornen, erge stekelende doornen. Ik las dat men vroeger de was te drogen hing op de takken en door de doornen waaide de was nooit weg in zee.

De bloemen zorgen voor een felgele tot oranje kleurstof  die men kan gebruiken om textiel te verven.  Je treft de struik aan op droge arme gronden, liefst zonnig. in West-Europa komt hij vrij algemeen voor, vooral in kustgebieden. Het is een pionier : hij zorgt voor veel stikstof in de grond waardoor andere planten meer kans hebben om zich te ontwikkelen. Op sommige plaatsen langs de klif zag je hele stukken verbrandde struiken : de struik brandt erg snel, zijn takken werden vroeger gebruikt als aanmaakhout of als tondel. Met de as die veel kalium bevat kan je zeep maken !

De meeste bronnen vermelden dat de bloemen eetbaar zijn, de bloemknoppen worden opgelegd in azijn zoals kappertjes. In Ierland maakt men met de bloemen een  drankje: de bloemen worden eerst verwerkt tot een siroop en dan doet men een geutje van de siroop bij witte wijn of champagne. Zo zal ik zeker leprechauns zien !