Eind april waren het open deur dagen bij de Kruiderie Loca labora in Beernem. Als je daar nog nooit geweest bent: haast je! Rep je! Het ligt in het prachtige domein Bulskampveld en is méér dan de moeite waard om te bezoeken.

Men kweekt er kruiden, diverse moestuin planten en eetbare bloemen. Net als ieder jaar verzorgden ikzelf en een aantal andere kruidendames de rondleidingen en gaven wij graag een woordje uitleg over de planten. Een super gezellige bedoening ondanks het feit dat de weergoden ons iets minder gunstig gezind waren. Ikzelf stond bij de vaste plantjes buiten en mocht dus op tijd en stond tussen de regendruppels door de collegaatjes gaan vervoegen die in de serres stonden.  Het voelt altijd goed aan als je mensen kruiden kunt leren kennen.

Blijkbaar is de Dropplant niet zo gekend want daar heb ik veel mogen over vertellen.  De Agastache foeniculum, want zo noemt ze voluit, is een prachtige statige plant. Ze kan vrij hoog worden, tot 90 cm ongeveer, maar woekert  niet. De bloeiwijze is een aar, zacht paars violet van kleur. Bij kneuzen geeft het blad een lichte anijsgeur vrij, zo smaakt het ook. De bloemen en het blad zijn perfect eetbaar en kunnen aan salades worden toegevoegd. Maar : dit is een echte bijenplant ! Bijen vinden deze plant een sterrenrestaurant ! Als ze enkel op de dropplant fourageren heeft de honing zelfs een lichte anijssmaak. Als je een kruidentuin hebt of er eentje wil aanleggen: een aanrader . Zeer geschikt voor een zonnige plek en kan een minder bevallig muurtje ofzo camoufleren! Mijn boek lag in het winkeltje van de Kruiderie en het deed me super veel plezier als mensen kwamen vragen om te signeren.

In het winkeltje kon je ook allerlei lekkere bieren ontdekken. In de serres was er ook volop van alles te beleven en te proeven: kaas, honing, hapjes met minder gekende kruiden… Eén van de collega’s had zelfs een marinade gemaakt met de citroenverbena siroop! Super lekker!

En altijd kan je iets leuks of nieuws  ontdekken ! Ik zag een plantje staan waarvan de naam mij geweldig intrigeerde : Ophiopogon planiscapus ‘Niger’ – of Slangenbaard , ook wel zwart gras genoemd ! Het heeft inderdaad iets slangachtigs , een baard zag ik er niet in, maar zwart was het zeker …Wat denken jullie ervan ? 

Bezoek zeker ook even de website of de Facebook pagina van Loca Labora!

In augustus organiseren we een kruidenstage voor herboristen in het departement de Drôme in Zuid-Oost Frankrijk. De streek daar noemt “Le Vercors” en hoort tot de voor-Alpen. Ik ben er een viertal dagen die stageweek gaan voorbereiden. Een werkbezoek dus! 

Maar werken? Het laatste woord dat in mij opkwam! Fenomenale rotsplateaus, adembenemende kalksteenformaties in grillige vormen, lavendelvelden nu nog groen maar klaar voor de zomer, hemelsblauwe lucht, super mooie slapende dorpjes vastgeklonken aan de rotsen.

En steeds aanwezig: een ijsblauwe rivier la Drôme die nu eens lieflijk kabbelend dan weer kolkend verder stroomde. De streek is een paradijs voor herboristen, zoveel is duidelijk : kruiden, wilde planten, vleesetende planten, bergplanten saffraan telers, lavendelboeren, notenpersen, imkers, ambachtelijke bedrijfjes en dan de eerder industriële, kortom: keuze genoeg om de week boeiend te maken!

Een lokale collega vertelde dat het symbool van Le Vercors een wilde tulp en een korhoen zijn. Beiden moeilijk te vinden en uiteraard beschermd!

Gezien ik ook wel van geschiedenis hou en gedreven door de plotse interesse van mijn reisgezel om in het stadje Die de resten van de Romeinse beschaving te zoeken, vertrokken we. Volgens onze bronnen kon je omheen de stad Die de vrij goed bewaarde resten van een vestingmuur zien alsook andere overblijfselen uit de Romeinse periode. De archeologische site was bereikbaar via een hobbelige aarden weg die vrij snel steeg. In totaal 400 meter hoogteverschilbleek later. Eerder buiten adem kwam ik boven. En toen keek ik rond. Inderdaad, de vestingmuur was zeer goed bewaard en indrukwekkend hoog.

Ik waagde het om even van het gebaande weggetje af te stappen. Weg alle vermoeidheid! Weg Romeinen! Want daar stond ze: schitterend en glanzend in een groene berm, gele vlekken die de zon weerkaatsen: de wilde tulp, Tulipa sylvestris!

Haar hoofdje naar beneden gebogen, dit in tegenstelling tot haar gekweekte nichtjes. Hoe meer ik rondkeek hoe meer ik er zag! Dit was een instant geluksmoment! Heel voorzichtig heb ik haar rondom rond bekeken en gefotografeerd. Het korhoen heb ik niet gezien. Misschien als ik terugkom?

Beneden heb ik mijzelf op een glas Clairette de Die getrakteerd… Op mijn vondst en de pure schoonheid van een bloem!

Vorige week was ik in Ierland en ik ben betoverd ! Het groen, de fenomenale kustlijn, de vriendelijke mensen en de leprechauns natuurlijk. Ik ben er nog steeds niet aan uit hoe ik dit moet vertalen : kabouter, alverman, kobold, alf..?

Maar wat me meest in vervoering bracht was een wandeling langs de kliffen tussen Greystones en Bray. Daar ben ik van mijn sokken geblazen ! Niet door de wind en gelukkig niet van de klif maar door de zoeterige aromatische geur van de Gaspeldoorns. Overal, zo ver je kijken kon stonden ze daar te bloeien in een schitterende gele bloemenpracht. De geur situeert zich ergens tussen vanille en kokos maar is veel subtieler. Gemengd met de zilte geur van de zee krijg je een verbluffend geurspel.

De gele bloemen doen een beetje denken aan Brem, maar de gaspeldoorn  draagt doornen, erge stekelende doornen. Ik las dat men vroeger de was te drogen hing op de takken en door de doornen waaide de was nooit weg in zee.

De bloemen zorgen voor een felgele tot oranje kleurstof  die men kan gebruiken om textiel te verven.  Je treft de struik aan op droge arme gronden, liefst zonnig. in West-Europa komt hij vrij algemeen voor, vooral in kustgebieden. Het is een pionier : hij zorgt voor veel stikstof in de grond waardoor andere planten meer kans hebben om zich te ontwikkelen. Op sommige plaatsen langs de klif zag je hele stukken verbrandde struiken : de struik brandt erg snel, zijn takken werden vroeger gebruikt als aanmaakhout of als tondel. Met de as die veel kalium bevat kan je zeep maken !

De meeste bronnen vermelden dat de bloemen eetbaar zijn, de bloemknoppen worden opgelegd in azijn zoals kappertjes. In Ierland maakt men met de bloemen een  drankje: de bloemen worden eerst verwerkt tot een siroop en dan doet men een geutje van de siroop bij witte wijn of champagne. Zo zal ik zeker leprechauns zien !